Wantrouwen
Wantrouwen heeft te maken met een verwachting. Je oordeelt dat iemand vermoedelijk niet zal doen wat jij van hem of haar verwacht (of geven, of nalaten, presteren of dergelijke), wellicht zelfs iets ánders zal doen, én dat dat onplezierig voor je zal uitvallen. Als er geen kans op onplezierigheid zou zijn, had je geen wantrouwen nodig, want dan voldoet een situatie immers aan de door je
persoonlijkheid zo hogelijk gewaardeerde norm ‘leuk’.
Wantrouwen is gebaseerd op eerdere ervaringen die je hebt gehad, waarin er inderdaad een verschil bleek te zijn tussen je verwachtingen en wat er werkelijk gebeurde. Pas als daadwerkelijk is gebeurd wat je verwachtte (of niet) weet je of je wantrouwen ‘gerechtvaardigd’ was of niet. En gerechtvaardigd wil dan zeggen: je wist ergens wel dat de ander niet zou doen wat je verwachtte en dat
het anders c.q. onplezierig voor je zou uitpakken. Door deze persoonlijkheidstool in te zetten, verwacht je te kunnen voorkomen dat je straks onder ogen moet zien dat iemand anders van jou ongegeneerd een ‘sufferdje’ maakt, een loopje met je neemt, of in elk geval te kunnen stellen dat je het om te beginnen al niet vertrouwde, om zo de heftigheid van je ervaring van het vervelende resultaat ten opzichte van je eigen verwachtingen ‘gerechtvaardigd’ af te kunnen zwakken
en zo nog een idee van grip erin te kunnen houden.
Wantrouwen is gericht op het voorkomen van die onplezierige ervaring, cq. het zoveel mogelijk indammen ervan. “Gezond wantrouwen” is een uitvinding van persoonlijkheden, die ervan uitgaat dat oordelen gerechtvaardigd is, en dat je persoonlijkheid de factor is die je leven vormgeeft. Het is een rechtvaardiging van je mechanisme van oordelen. Voor je persoonlijkheid staat niet-oordelen in
dit verband zo’n beetje gelijk met naïviteit, waarbij zijn oordelen van vroeger die hij op het heden wil projecteren, niet worden gehonoreerd, en hij bovendien kwetsbaar wordt.
Als je doel is om het leven ‘leuk’ te maken, kan je wantrouwen gebruiken om het tegendeel proberen te voorkomen. Als je doel is om je persoonlijkheid los te laten en je meer bewust te worden van je innerlijke Zelf, maakt het in zichzelf niet uit wat er gebeurt, en heb je geen oordelen – én dus ook geen wantrouwen nodig, en kan je het lekker loslaten en je laten inspireren door je innerlijke
Zelf, wat bovendien het niveau is waarop jullie niet volledig afgescheiden zijn van elkaar. En in de praktijk valt het doorgaans reuze mee wat er gebeurt als je werkelijk je persoonlijkheid loslaat in zo’n situatie. Neem bewust waar wat er gebeurt binnen het mechanisme waarnemen > oordelen/interpreteren > gevoel > gevoel proberen kwijt te raken om het idee van wantrouwen goed in the picture te krijgen. En dat begint bij je eigen verwachtingen die je op de ander projecteert!
|